English French German Italian Portuguese Russian Spanish

De 7-mythes rond de vruchtbaarheid van de hond

                                                                                                       Door Drs. Maarten Kappen

 

Er zijn in het kader van de vruchtbaarheid van de hond nogal wat denkbeelden bij velen die door de tijd heen als waarheid worden aangenomen zonder dat daarvoor een logische verklaring is, laat staan een wetenschappelijk bewijs. Een aantal belangrijke aspecten van de vruchtbaarheid bij de reu en de teefworden besproken.

De 7 mythes:

  1. Natuurlijke dekking is beter dan kunstmatige inseminatie (KI)
  2. Een reu moet koppelen om te bevruchten
  3. Het minutenlang optillen van de achterhand van de teef is belangrijk na een dekking of KI
  4. Bloedbijmenging in sperma van de reu is desastreus voor de vruchtbaarheid
  5. De teef moet op dit precieze tijdstip gedekt worden!
  6. Progesterontesten geven een absolute zekerheid op dracht
  7. Een kweek van de vagina is belangrijk zowel voor de te dekken teef als voor de dekreu

De vruchtbaarheid van de reu.

Een reu met een goed libido, die normaal in staat is tot het uitvoeren van een dekking, een goede kwaliteit sperma heeft, die nakomelingen heeft verwekt, beschouwen we als een vruchtbare reu. Al deze eigenschappen zijn wel een momentopname, afhankelijk van meerdere factoren waaronder leeftijd, zijn deels subjectief en moeten dus met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Het traditionele spermaonderzoek dat uit microscopisch onderzoek naar beweeglijkheid, concentratie, morfologie en cellenbijmenging bestaat heeft een beperkte waarde. Zeker als we eigenschappen als invriesbaarheid van sperma of redenen voor sub- of infertiliteit willen bepalen. Inmiddels bestaan er veel meer mogelijkheden. De computer assisted semen analysis (CASA) is er een van. Dit is een methode waarbij allerlei eigenschappen qua beweging en opbouw van individuele spermacellen computermatig onderzocht en opgeslagen kunnen worden. .Dankzij deze nieuwe methodieken is het concept van sperma te zien als homogeen verlaten.. Sperma uit een en dezelfde sprong bestaat uit clusters van verschillende spermacellen met verschillende eigenschappen en verschillende mogelijkheden tot bevruchting. Men noemt dit de heterogene benadering.   Naast een hoge mate van objectiviteit en herhaalbaarheid van de CASA, blijkt het hiermee mogelijk om de invriesbaarheid van sperma beter te kunnen voorspellen.

De eerder genoemde cellenbijmenging kan bestaan uit ontstekingscellen, prostaatcellen, urinewegcellen, maar ook bloed. Dit kan afkomstig zijn van een beschadiging van de penispunt, uit de urineweg of prostaat. Uit onderzoek is gebleken dat tot 10% bloed bij vers of vers verdund sperma geen enkel effect heeft op het bevruchtende vermogen. Als het afkomstig is van een prostaatontsteking mag je verwachten dat er een potentieel negatief effect is. De invriesbaarheid van sperma wordt sterk negatief beïnvloed door bloedbijmenging.

Bij de natuurlijke dekking deponeert de reu zijn sperma in het voorste gedeelte van de vagina en moeten de spermieën de cervix (baarmoedermond) nog passeren om via de baarmoeder tot in de eileiders en tuba te komen, alwaar de bevruchting plaats vindt. De reu ejaculeert in drie fracties; een voorfractie die dient als reiniging, de tweede spermarijke fractie, en de derde en grootste prostaatfractie. Respectievelijk zijn deze 4ml, 2 ml en 15 ml voor een reu van gemiddelde grootte. Bij de gekoppelde reu wordt met behulp van de prostaatvloeistof de spermarijke fractie door de cervix in de baarmoeder gespoeld. Uit onderzoek blijkt dat er geen verschil in bevruchtingsresultaten is tussen groepen teven waarbij na de dekking of inseminatie de achterhand respectievelijk niet, 1 minuut of 10 minuten werd opgetild. Niet doen dus.

Bij kunstmatige inseminatie wordt alleen gebruik gemaakt van de tweede spermarijke fractie, omdat bijmenging van de andere fracties vermindering van resultaat geeft. Een niet gekoppelde reu kan, mits hij deze tweede fractie weet in te brengen door het in de vagina houden van de penis, toch bevruchten. Bij kunstmatige inseminatie wordt tegenwoordig rechtstreeks in de baarmoeder geïnsemineerd, waardoor minder verlies optreedt. De resultaten van KI versus natuurlijke dekking zijn dan op zijn minst gelijk bij gebruik van vers of versverdunde goede kwaliteit sperma. Bij gebruik van ingevroren sperma wordt door kwaliteitsverlies van het sperma het resultaat gemiddeld 25% minder, zowel qua kans op dracht als qua nestgrootte.

Er zijn een tweetal methodes om rechtstreeks in de baarmoeder te insemineren, te weten de Noorweegse katheter methode, waarbij de cervix uitwendig door de buikwand wordt vastgepakt en de punt van de metalen katheter via de vagina en vervolgens door de cervix tot in de baarmoeder wordt gebracht. De andere methode is om met behulp van een endoscoop, camera en flexibele katheter de cervix zichtbaar te passeren, en de katheter tot in de baarmoederhoorn te schuiven. Beide methodes vergen veel ervaring.  

De vruchtbaarheid van de teef.

Als een teef normaal bevrucht kan worden en een normaal aantal levensvatbare nakomelingen produceert kunnen we spreken van een vruchtbare teef. Juist bij een diersoort die slechts een of enkele keren per jaar bevrucht kan worden is het vaststellen van het tijdstip of beter gezegd de periode waarin dit kan gebeuren een hele belangrijke factor. Er zijn vele methodes om de optimale dekperiode te benaderen. De eenvoudigste is niets te doen en reu en teef bij elkaar te laten en het hen zelf uit te laten zoeken. Dat is qua hedendaags dekmanagement veelal niet mogelijk en ook nog enigszins onzeker. Een andere methode is te letten op zwelling van de vulva, bloedverlies van de teef of het staan en opzij houden van de staart. Deze symptomen zijn ook verre van betrouwbaar en correleren matig met de optimale periode. Een uitstrijkje van de cellen van de wand van de vagina kan een indruk geven van het stadium van de cyclus. Dit was een tot recent veel gebezigde methode met een beperkte zekerheid. Het met een vaginoscoop inspecteren van het slijmvlies van de vagina is weliswaar zekerder, en biedt ook nog gelegenheid tot het vaststellen van eventuele (anatomische) afwijkingen, maar kent ook zijn beperking. Het meten van het glucose gehalte of elektrisch geleidend vermogen van de vagina, hetgeen in de praktijk ook gebeurt,  is volstrekt onbetrouwbaar.

Het meten van het progesterongehalte in het bloed geeft daarentegen een nauwkeurige benadering van de vruchtbare periode en dit onderzoek wordt door diverse praktijken dan ook aangeboden. In de rustfase is het progesterongehalte in het bloed van de teef kleiner dan 0,5 ng/ml. Het hormonale patroon van de teef is bijzonder omdat reeds voor het moment van de ovulatie (eisprong) de progesteronconcentratie in het bloed gaat stijgen. Deze ovulatie wordt 48 uur tevoren opgewekt door een pulsafgifte vanuit de hersenen van Luteiniserend Hormoon (LH). Het moment van ovulatie valt bij de meeste teven samen met een progesteronwaarde van 6.5 ng/ml. De ovulatie is het centrale eikpunt van de vruchtbare periode. Deze ovulatie duurt ongeveer een dag. Door de benodigde tijd voor rijping van de eicellen en de tevoren benodigde rijping van spermacellen na dekking of inseminatie en de levensduur van zowel rijpe eicellen als spermieën strekt de optimale periode zich uit van 1 tot 4 dagen na de ovulatie. Bij gebruik van ingevroren sperma waarvan de levensduur ongeveer 1 dag is, tegenover vers sperma met een minimale levensduur van 3-5 dagen, insemineren we bij voorkeur op dag 3 en 4. Om te spreken van één enkel optimaal moment van bevruchting bij de teef getuigt van onwetendheid met de werkelijke gang van zaken. Het ovulatietijdstip kan tevens en wel zeer nauwkeurig bepaald worden met een bloedtest om de pulsafgifte van LH vast te stellen. We weten dat precies 48 uur later de ovulatie plaats vindt. Het afnemen van bloed hiervoor dient tweemaal daags  te geschieden en is kostbaar. Daarnaast is er de mogelijkheid middels het maken van een  echo van de ovaria het moment van eisprong in 90% van de gevallen direct aan te tonen. Hiervoor is ervaring en hoge kwaliteit echoapparatuur nodig. Deze laatste twee methodieken zijn aan te raden in geval van gebruik van diepvriessperma of subfertiele dieren. Er is overigens een nauwkeurige relatie tussen het moment van de eisprong en de te verwachten werpdatum: 63 dagen + of – 1 dag. Wat betreft de progesterontesten dient men voor ogen te houden dat er een groot verschil is in testmethodes en hun respectievelijke accuratesse. Momenteel geldt als meest betrouwbaar en nauwkeurig de bepalingen met de Immulite. Verwarrend kan zijn het feit dat men voor de uitslagen gebruik kan maken van een tweetal eenheden: ng/ml en mmol/liter. De verhouding tussen beiden is 1 : 3.

Progesterontesten geven meer zekerheid doch  nooit een garantie op drachtigheid! Het breed ingeburgerde fenomeen van het maken van een kweek uit de vagina vóór dekking of het zonder kweek preventief geven van antibiotica aan de te dekken teef is op zijn minst zeer twijfelachtig. Er bestaat een normale in evenwicht zijnde vaginaflora welke door gebruik van antibiotica negatief beïnvloed kan worden. Ook het sperma zelf is gevoelig voor een groot aantal soorten antibiotica. Bacteriële vaginitis of metritis is slechts zelden een reden voor verminderde vruchtbaarheid. Dekinfekties in de strikte zin van het woord komen in ons land ook (nog) niet voor. Alleen bij subfertiele teven is er een indicatie voor het maken van een kweek.


Literatuurlijst:

 Concannon et.all  Recent Advances in Small Animal Reproduction

  1. Davidson Autumn: onvruchtbaarheid bij de teef; huidige stand van zaken Waltham Focus vol 16.2 2006 13-21
  2. Eilts/Davidson Reproductive physiology and optimal breeding management of the bitch AAHA proceedings annual conferenceTampa 2004
  3. Eilts/Davidson Advanced reproductive techniques AAHA proceedings annual conference Tampa 2004
  4. Johnson Cheri Onvruchtbaarheid bij de reu; huidige stand van zaken Waltham Focus vol 16.2 2006 7-12
  5. Linde-ForsbergC. Artificial insemination with fresh, chilled, extended and frozen-thawed semen in de dog. Seminars in Veterinary Medicine and Surgery 10:48 1995

Pena Fernando Canine Semen Cryopreservation Course 2006 Univ.of Cáceres proceedings